Het Schrijflokaal

Historische tulpen uit de Limmense Hortus Bulborum

Bonte bloemenpracht in en om het koninklijke Drottningholms Slottsteater

Voor Zweden zijn ‘tulpaner’ net als de andere voorjaarsbolgewassen vrolijke voorbodes van de komende lente. Al met Kerst zijn de kleine felrode ‘Juletulpaner’ zeer in trek. Van 5 t/m 9 april wordt in het koninklijk theater – Drottningholms Slottsteater – , bij het gelijknamige Drottningholm, net buiten Stockholm, een bijzondere binnententoonstelling aan deze bolgewassen gewijd. In de elegante 18e eeuwse Déjeunersalongen zullen onder meer zo’n honderd historische tulpensoorten te zien zijn afkomstig van de Limmense Hortus Bulborum in Noord-Holland, de schatkamer van historische voorjaarsbolgewassen.

Drottningholm Slottsteater

Drottningholm Slottsteater

Een betere plek is er nauwelijks te bedenken. Het landgoed met het buitenpaleis van de Zweedse koninklijke familie, omgeven door een schitterend lommerrijk Engels landschappark, gelegen aan een van de vele rivierarmen die Stockholm doorsnijdt, ten noordwesten van de stad. Met kronkelende lanen en formele tuinen, glooiende gazons en speelse paviljoens, sinds 1991 op de UNESCO Wereldmonumentlijst, en …..met een juweel van een 18e eeuws theatertje: Drottningholm Slottsteater. Een van de mooiste ter wereld. Koningin Lovisa Ulrike gaf in 1754 opdracht tot de bouw.

Theater

Historische prenten oude tulpensoorten.

Historische prenten oude tulpensoorten.

Het kleine theater heeft nog altijd oorspronkelijke geluidsmachines, deels oude decorstukken en – vanwege de brandveiligheid – nu elektrische kaarsverlichting die echter het lumen geeft van echte kaarsen. Schitterend gerestaureerd eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Als er voorstellingen zijn, elke zomer een beperkt aantal om het kleinood niet te veel te laten ‘slijten’, lopen de bedienden en ouvreuses in Mozartiaanse kledij en spelen de musici op authentieke instrumenten. In dit theater wordt een van de mooiste zalen omgetoverd tot een tijdelijke tempel voor historisch plantgoed; waarin een prachtige symbiose ontstaat tussen twee unieke vormen van cultuurhistorische erfenissen. The Netherlands meets Sweden.

Olaf Rudbeck
Met zo’n interessante expositie verwacht je dat er ook uitgebreid wordt ingegaan op de relatie tussen de tulp en Drottningholm, en/of tussen Zweden en de tulp. Maar dat lijkt niet te lukken. Op zich best vreemd. Want hoewel de geschiedenis van de tulp in Zweden al een aantal eeuwen oud is, lijkt niemand precies te weten tot hoe ver deze teruggaat. Zo is Tulipa sylvestris (de bostulp), die bij ons een inheemse plant is en in onze contreien hoogstwaarschijnlijk al voorkwam voordat de gecultiveerde tulp via Wenen uit Turkije naar ons land kwam, in Zweden pas in 1655 geïntroduceerd. En zo’n honderd jaar later pas door Linnaeus beschreven. In dat jaar werden deze en andere tulpen door professor Olaf Rudbeck de Oudere in de net geopende botanische tuin van de Universiteit van Uppsala aangeplant. Hij was een van de belangrijkste figuren in de tuinbouw en de botanie van het 17e eeuwse Zweden. Rudbeck introduceerde onder meer een groot aantal planten die tot die tijd nooit in zijn land waren gekweekt. Zijn tuincatalogus van 1685 vermeldt 38 tulpen waarvan er zeker 35 Tulipa gesneriana-cultivars waren (niet nader benoemd). Hij claimde negen van de 38 tulpen, te hebben geïntroduceerd. Eén ervan was de bostulp. En die groeit nog steeds op dezelfde plek als waar hij voor het eerst werd geplant in wat nu bekend staat als de tuin van Linnaeus als in de voormalige Hortus Regius in Uppsala, ook aangelegd door Olaf Rudbeck. Veel van de door Rudbeck geïntroduceerde planten waren afkomstig uit Leiden, Amsterdam en Den Haag.

“Zijn tuincatalogus van 1685 vermeldt 38 tulpen waarvan er zeker 35 Tulipa gesneriana-cultivars waren (niet nader benoemd).”

244617690e

(Foto’s: Sofie Syfkont/Drottningholm Slottsteater en eigen archief)

Baroktuinen
Een ander bekend feit is dat vorsten in de zeventiende en achttiende eeuw vaak niet voor elkaar onder wilde doen; ook niet als het om tuinen en plantencollecties ging. IJverzucht is van alle tijden en kwam in alle geledingen van de samenleving voor. Ook in de hoogste. Zo werden in de achttiende eeuw overal in Europa rond de schitterende paleizen even fraaie, formele baroktuinen aangelegd. En in de zogenoemde (broderie-)parterres, plantvakken of in geometrische vormen aangelegde borders omgeven door buxus- of taxushaagjes werden allerlei planten verzameld. Bekende voorbeelden zijn Frederiksborg (ten noorden van Kopenhagen), Versailles, Schönbrunn (Wenen), Charlottenburg (Berlijn), Hampton Court Palace (ten westen van Londen), en ‘last but not least’ ons eigen Paleis Het Loo. Er leidt nauwelijks twijfel dat dat ook in de formele tuinen van Drottningholm de nodige bol- en knolgewassen zijn aangeplant. Immers ook hier werden oogverblindende formele tuinen aangelegd, die wellicht ooit weer in oude luister worden hersteld.

Carolus Clusius
Uit de paar overgebleven plantlijsten 1725 en 1737 blijkt dat er bloembollen zijn aangeplant. Een document uit 1747 is het meest uitgebreid. Daarin wordt gemeld dat hoofdtuinman Fabian Lind op verzoek van hare koninklijke hoogheid de kroonprinses bollen heeft besteld; niet in Holland, maar in de Noordduitse Hanzestad Lübeck. En een inventarislijst uit 1762 meldt dat de broderieparterres allerlei soorten bloembollen tonen. Ondanks deze bronnen is een gerede kans is dat er op Drottningholm al veel eerder bloembollen zijn geïntroduceerd; ten tijde van Magnus Gabriel de la Gardie, die eigenaar was van Drottningholm in de periode 1600 – 1661. Maar dat blijft een gok. Recentere onderzoeken, zoals dat van Finn-Egel Eckblad (Universiteit van Oslo) en Kjell Lundquist (Landbouwuniversiteit van Alnarp, Zweden), lijken de conclusie te rechtvaardigen dat de tulp mogelijk toch al eerder zijn entree in Scandinavië, en mogelijk dus ook in Zweden, deed. In ieder geval in Noorwegen. Zo had de Duitse arts en botanicus Henrik Høyer, die in de Noorse stad Bergen werkte al in de laatste jaren van de zestiende eeuw niet alleen de beschikking over tulpen, maar evenzeer over narcissen, hyacinten, krokussen, irissen en lelies. Hij had in 1596 zijn doctorsbul in de medicijnen in Leiden behaald. Tijdens zijn verblijf raakte hij bevriend met de eerste prefect van de Leidse Hortus, de befaamde medicus en botanicus Carolus Clusius. Aangezien botanici in heel Europa nog in die tijd voordat de tulp en andere exotische planten naar West-Europa kwamen al via een uitgebreid netwerk van gezanten, diplomaten en confrères contacten onderhielden en plantzaden en bollen uitwisselden, zou het goed mogelijk zijn, dat ook in Zweden de tulp op deze wijze geïntroduceerd is, zeker in de academische centra van dit tijd. De introductie van de tulp in Zweden zal vooralsnog een deels onontgonnen gebied blijven.

Linnaeus
Linnaeus had ruim 150 jaar meer belangstelling voor wilde planten dan voor cultivars. De enige species die hij in de botanische tuin van de Universiteit van Uppsala had waren Tulipa sylvestris and Tulipa gesneriana (niet bekend is welke cultivars het betrof), misschien een overblijfsel uit de tijd van Rudbeck. In de Flora Svecica (1755) Linnaeus schreef: “De bloemen van Tulipa sylvestris opent om 10.00 uur, maar T. gesneriana opent al voor 8.00 uur ‘s ochtends.”
Veel later toonde de prins-schilder Eugen, broer van de grootvader van de huidige koning aan het begin van de vorige eeuw een grote belangstelling voor bloembollen. In de tuinen van zijn landgoed Waldemarsudde in Stockholm plantte hij elk jaar weer veel tulpen en andere bolgewassen. Hij was, net als andere koninklijkheden, een trouwe en geziene klant bij grote Nederlandse bollenexporteurs als E.H. Krelage & Son en G. van Waveren & Sons.

Tuinvrouwen
Het idee voor de markante tulpententoonstelling is afkomstig van Paulina Landin en Katarina Nordlander. Beide zijn werkzaam als tuinvrouw in de uitgestrekte tuinen van Drottningholm. Paulina Landin studeerde aan de Landbouwuniversiteit van Alnarp in Zuid-Zweden waar ze afstudeerde in een onderwerp over Zweedse tuingeschiedenis. Nu werkt ze tijdens een sabbatical in de tuinen van dit koninklijk paleis. Budget voor de tentoonstelling was er niet, en werktijd evenmin, een schitterende locatie daarentegen wel. En dit mochten ze ook gebruiken. Daarom besloten beiden, gegrepen door het onderwerp, in hun eigen tijd de tentoonstelling vorm te geven en te organiseren. Op zoek op internet naar historische tulpensoorten kwamen ze al snel in contact met de Hortus Bulborum in het Noordhollandse Limmen. Een museale bollentuin, uniek in de wereld. Wat Keukenhof is als showtuin voor nieuwe soorten, is de Hortus Bulborum voor historische en oude soorten die niet of nauwelijks meer commercieel worden gekweekt. De tuin heeft inmiddels een collectie van zo’n 3500 verschillende soorten voorjaarsbolgewassen. Niet alleen tulpen, ook narcissen, hyacinten, Fritillaria, krokussen en irissen. De tulpencultivar- en -speciescollectie maakt met zo’n 2000 soorten het leeuwendeel uit. De oudste tulp gekweekte tulp stamt uit 1595, de oudste narcis uit 1601, terwijl er onder de keizerskronen (Fritillaria) een soort is die in 1577 al voor het eerst werd beschreven.

Tulpaner, tulpaner
Tijdens de tentoonstelling, die als werktitel ‘Tulpaner, Tulpaner’ (Tulpen, tulpen) draagt, zullen naast de honderd historische soorten, afkomstig van de Noord-Hollandse bloembollenschatkamer, zo’n honderd moderne soorten te zien zijn. Daarmee is er een mooie ontwikkeling van de tulp te zien, van de beginperiode waarin deze magische bloem naar Europa kwam – tweede helft zestiende eeuw –  tot het heden. Op de bestellijst van de tuinvrouwen bij de Hortus Bulborum stonden onder meer ‘Duc van Tol Red and Yellow’ (1595), ‘Duc van Tol Rose’ en ‘Duc van Tol Orange’ (beide uit 1700) en de ‘Duc van Tol Yellow’ (1830). Daarnaast: dubbele vroege tulpen als ‘Purperkroon’ (1785) en ‘Rose de la Montagne’ (pre-1893), leliebloemige tulpen als ‘Elegans Alba’ en ‘Elegans Rubra’ (1895), parkiettulpen als ‘Markgraf van Baden’ en ‘Perfecta’ (beide 1750), dubbele late als ‘Blue Flag’ (1750) en Breeder-tulpen als ‘Talisman’ (1860) en ‘Mabel’ (1900). En niet te vergeten, in dit Rembrandt-jaar, een paar beeldschone gevlamde Rembrandttulpen als ‘Absalon’ (1780) en de legendarische ‘Zomerschoon’ (1620). Met deze prestigieuze oudjes wordt de tentoonstelling beslist een wonderlijke, wervelende bloemenshow.

“Op zoek op internet naar historische tulpensoorten kwamen ze al snel in contact met de Hortus Bulborum in het Noordhollandse Limmen. Een museale bollentuin, uniek in de wereld.”

Gunnar Kaj
Maar met een mooie locatie en bijzondere bollen alleen ben je er niet. Het moest ook aantrekkelijk worden gepresenteerd. Een lezing van Gunnar Kaj brachten beide tuinvrouwen in contact met de Zweedse bloemkunstenaar. Kaj is niet de eerste de beste. Naast zijn winkel in de Gamla Stan (het middeleeuwse centrum van Stockholm), geeft hij regelmatig lezingen en wordt veel gevraagd voor bloemdecoraties bij bijzondere diners. Afgelopen jaar verzorgde hij de bloemschikking voor de tafel van het diner van de Nobelprijswinnaars. Deze tentoonstellingsopdracht ziet hij als een bijzondere uitdaging. Het leert hem een nieuwe dimensie van de tulp, die hij vooral als snijbloem gebruikt, maar dan wel vaak op een gekke en onverwachte manier; door ze bijvoorbeeld ‘opnieuw’ in potjes te planten. Kaj draagt zorg voor het artistieke deel van de tentoonstelling. De elegante Déjeunersalongen van Drottningholms Slottsteater biedt volop inspiratie, mede door het fraai gerestaureerde interieur en de riante lichtinval via de portes-brisées. In totaal zullen zo’n tweehonderd verschillende soorten te zien zijn. De helft historische, de helft eigentijdse cultivars. Zo gebruikt hij antieke elementen en verhogingen in de ruimte om de oudste tulpensoorten in de schijnwerpers te zetten. Die zijn vaker wat kleiner van stuk. Zoals op de etagères in een soort trapvorm die hij uit een ander, naburig koninklijk paleis – Ulriksdal – naar Drottningholm heeft weten te halen. Van die etagères die men vaak in oranjerieën aantreft om bijvoorbeeld een collectie pelargoniums tentoon te stellen en in eigentijdse uitvoering bij tuincentra te koop zijn. Verder heeft hij stillevens ontworpen rondom de aanwezige antieke gietijzeren stoven. En voor de moderne, veel prominenter aanwezige, tulpensoorten bedacht hij een structuur die zich zigzaggend door de zaal ‘beweegt’.

Hortus Bulborum
Zo’n duizend bollen leverde de Hortus Bulborum, van soorten die elk voorjaar weer aan de voet van het oude NH-kerkje in Limmen te zien zijn. Van begin april tot halverwege mei. En hoewel relatief onbekend bij het grote publiek, een absolute must, voor de fijnproevers.  Stond u ooit oog in oog met tulpensoorten die voorouders driehonderdvijftig, vierhonderd jaar geleden al ook zagen? De bloem die mensen tot waanzin bracht tijdens de tulpomanie (1610-1637), en die door kunstenaars als Ambrosius Bosschaert, Herman Henstenburg en Jacob Marrell meesterlijk op het doek of papier werden vereeuwigd. De tuin is niet alleen een levend museum, het is evenzeer een hofleverancier van bollen; zij het op zeer beperkte schaal. Veel commerciële voorraad heeft de stichting die deze tuin beheert zelden. In zijn meer dan 75 jaar lange geschiedenis leverde het regelmatig aan nog heersende hoven, prinsen en voormalige koninklijke paleizen. Zo is Paleis Het Loo sinds de reconstructie van de baroktuinen (1977-1984) een trouwe afnemer, en bovendien een voorbeeld voor restauratieprojecten van historische paleistuinen en de herintroductie van historisch plantgoed, in binnen- en buitenland. Ook een aantal tuinbazen van de eerdere genoemde paleizen, evenals tal van botanische tuinen, doen regelmatig een kleine bestelling van deze kostbare bollen.

Alverbäck
Menigeen vraagt zich af hoe het mogelijk is dat tulpen al zo vroeg in het koude Zweden te zien zijn. De bollen van de vroege soorten worden getrokken, zoals dat heet, door een broeibedrijf; men spreekt ook wel van forceren, waardoor bollen eerder in bloei komen. Het toeval wil dat niet ver van Drottningholm, in Ekerö, een van ’s lands belangrijkste bollenbedrijven zit: Alverbäcks Blommor. Kweker, importeur en broeibedrijf. Hij zorgt voor de broei en andere praktische zaken van het project. En leverde ook de moderne soorten. Toch zullen wat later in het komende seizoen ook tulpen in de borders van de tuinen en langs de paden bloeien zodat de ode aan dit oer-oud-Hollandse en bloeiend cultuurhistorisch erfgoed nog wat langer kan aanhouden dan de korte, maar fijnbesnaarde binnententoonstelling. Bont en boeiend in al zijn verscheidenheid.

De tentoonstelling ‘Tulpaner, tulpaner’ loopt van 5 t/m 9 april 2006.

Meer lezen over historische tulpen en hun toepassing in binnen- en buitenlandse historische tuinen, koop Hortus Bulborum, schatkamer van historische bolgewassen, ISBN 90 71123 74 X. Te bestellen bij Het Schrijflokaal, tel. 026 389 59 93, fax: 026 442 37 29 of via www.hetschrijflokaal.nl. daar kunt u het het boek ook virtueel doorbladeren.

Drottningholm is eenvoudig te bereiken. Neem op station T-Centralen (Centraal Station) de metro naar Brommaplan. Vandaar brengt een bus je in een paar haltes vlakbij bij het paleispark. Neem òf heen òf terug de authentieke stoomboot die tussen de eilanden door naar de Stadhusbron in het centrum van Stockholm vaart. De kade bij Drottningholm ligt op nog geen vijf minuten lopen van het paleis.

Hortus Bulborum, www.hortus-bulborum.nl
Drottningholms Slottsteater, www.drottningholmsslottsteater.dtm.se
Alverbäcks, www.alverbacks.se

(Eerder gepubliceerd in verkorte vorm in Nordic 1/2006, door Leslie Leijenhorst)